Uittreksel uit NBF Sportreglement
Hoofdstuk I. Inleidende bepalingen.
Artikel 100. Inhoud en reikwijdte.
1. Dit sportreglement bevat de
sportregels en wedstrijdregels, alsmede andere op de
bowlingsport
betrekking hebbende bepalingen, welke van
toepassing zijn op de beoefening van de bowlingsport door
de leden van de Nederlandse Bowling
Federatie en voor zover deze beoefening verder nog onder haar
toezicht en/of goedkeuring valt.
2. De verenigingen kunnen voor hun interne wedstrijden afwijkende en/of aanvullende
reglementen
hanteren, zoals voor huisleagues de z.g.
huisleague reglementen. Onder een interne wedstrijd wordt
verstaan een wedstrijd waaraan uitsluitend
en alleen door leden van één en dezelfde bowlingvereniging
kan worden deelgenomen.
Artikel 101. Begripsbepalingen.
1. De Nederlandse Bowling Federatie
wordt verder in dit reglement aangeduid met NBF cq.
bondsbureau.
2. Als leden van de NBF worden in
dit reglement aangemerkt de verenigingen, stichtingen en individuele
leden van de ledenrechtspersonen, zoals
bedoeld in artikel 3 van de statuten van de NBF en die
ressorteren onder de provinciale afdelingen
zoals bedoeld in artikel 13 van de statuten van de NBF,
en
artikel 1 van het afdelingsreglement.
3. Het speelseizoen valt samen met
het contributiejaar en loopt van 1 september tot en met 31 augustus
daaropvolgend.
4. Waar in dit reglement gesproken
wordt van een speler, wordt daarmee tevens een speelster bedoeld.
Artikel 102. Event.
1. Een event
is de aanduiding van een bepaald sportnummer, wedstrijdtype of
wedstrijdonderdeel. Een
single event is
de benaming van een wedstrijd voor individuele spelers. Een double
event is een wedstrijd
voor teams van twee spelers, een trio event is een wedstrijd voor drie spelers. Evenzo heet een
wedstrijd
voor teams van vier spelers een four-men teamevent, terwijl een
wedstrijd voor teams van vijf spelers een
five-men teamevent
genoemd wordt.
2. Bij elk van de hiervoor genoemde teamevents is voorts nog de toevoeging "mixed"
mogelijk, hetgeen wil zeggen dat in het betreffende
team zowel mannelijke als vrouwelijke spelers mogen worden opgenomen. Een event kan verder worden gespecificeerd door toevoegingen
als scratch en handicap.
Artikel 103. Serie.
Met een serie worden twee of meer
games bedoeld, die direct opeenvolgend en zonder pauzeren door een speler of
team worden gespeeld, en die tot een en hetzelfde event
behoren.
Artikel 104. Toernooien.
Een toernooi is een
bowlingwedstrijd, die gekenmerkt wordt door het spelen van een voorronde,
waarna een bepaald aantal spelers zich kan kwalificeren voor een of meerdere
finaleronden, of door het spelen van één ronde, wanneer direct een
eindklassement wordt opgesteld.
Artikel 105. Leagues.
1. Een league is een competitie
waarbij spelers of teams op meerdere speeldagen een wedstrijd tegen
andere spelers of teams spelen. Tegen elke
tegenstander worden een vooraf bepaald aantal wedstrijden
gespeeld op vooraf bepaalde speeldagen.
2. De door de bij de NBF aangesloten
verenigingen georganiseerde plaatselijke competities worden
huisleagues genoemd. Deze worden in één
bowlinghuis gespeeld.
Artikel 106. Kampioenschappen.
1. De NBF kent de volgende
kampioenschappen:
a) Verenigingskampioenschappen, single-, double- en/of all- events;
b) Provinciale kampioenschappen, single-, double- en/of all- events;
c) Nederlandse klassekampioenschappen;
d) Nederlandse kampioenschappen, single-, double- en/of all-events;
e) Stedenkampioenschappen, ook wel
stedenontmoetingen genoemd.
2. Behoudens de in lid 1c genoemde
kampioenschappen kunnen al deze kampioenschappen georganiseerd worden voor
zowel senioren als voor de jeugd.
3. De winnaar van een kampioenschap
zoals genoemd in lid 1 mag zich respectievelijk verenigings-,
provinciaal, Nederlands- of stedenkampioen in
het gewonnen event noemen.
Artikel 107. Soorten lidmaatschappen
en speelgerechtigheid.
1. De NBF kent voor al haar leden de
lidmaatschappen sportpas en sportpas plus.
2. Het soort lidmaatschap is
bepalend voor de wedstrijden waaraan een NBF-lid kan
deelnemen.
3. Sportpas NBF-leden
hebben het recht deel te nemen aan:
a. alle huisleagues en interne
toernooien van de vereniging(en) en/of stichting(en) waarvan zij lid zijn;
b. alle externe c toernooien die
door de vereniging(en) en/of stichtingen waarvan zij lid zijn worden
georganiseerd;
c. de verenigingskampioenschappen, de
provinciale kampioenschappen, de stedenkampioenschappen ook wel
stedenontmoetingen genoemd en de dag der kampioenen, mits zij hiervoor in
aanmerking komen en alle RS(50+) -evenementen .
d. Alle jeugdwedstrijden zijn sportpas
evenementen.
4. Sportpas plus NBF-leden
hebben het recht deel te nemen aan alle bowlingwedstrijden.
Artikel 108. RS (50+)-evenementen.
1. De bronzen leden kunnen
zelfstandig of gezamenlijk met de recreatiesportvereniging en/of –stichting
waartoe zij behoren, wedstrijden
organiseren met als doelgroep de recreatiesportleden.
2. Alle NBF-leden
zijn gerechtigd deel te nemen aan deze evenementen, mits zij tot die doelgroep
behoren. Een dergelijk evenement wordt kortweg aangeduid als RS-evenement.
Hoofdstuk II.
Algemene regels.
Paragraaf 1. Algemene spelregels.
Artikel 200. Een frame en een game.
1. Een game bestaat uit 10 frames.
De eerste 9 frames bestaan elk uit maximaal 2 worpen. Wanneer in een van deze
frames met een eerste worp een strike wordt gegooid, dan vervalt de tweede worp
van dat
frame. De 10e frame bestaat eveneens uit
twee worpen, behoudens in geval van een strike of spare.
2. De eerste worp in elk frame wordt
gericht op een volledige en correcte opstelling van 10 pins,
terwijl de
tweede worp in elk frame gericht wordt op
de pins, die na de eerste worp van dat frame zijn
blijven staan
en/of volgens dit reglement behoren
te blijven staan.
3. Wanneer in het 10e frame een
strike wordt gegooid, dan dienen op dezelfde baan onmiddellijk nog twee extra
worpen te worden gedaan. De eerste van deze twee worpen wordt gericht op de
volledige en
correcte opstelling van 10 pins. De tweede extra worp wordt gericht op de pins, die na de eerste extra
worp zijn
blijven staan en/of volgens dit reglement behoren te blijven staan. Wordt met de eerste extra
worp een strike gegooid, dan wordt ook
de tweede worp gericht op de volledige en correcte opstelling van
10 pins.
4. Wanneer in het 10e frame een spare wordt gegooid, dan dient op dezelfde baan
onmiddellijk nog een
extra worp te worden gedaan. Deze extra
worp wordt gericht op de volledige en correcte opstelling van 10
pins.
5. De eventuele extra worp(en) in
het 10e frame dient (dienen) onmiddellijk te worden benut, en wel voordat een
andere speler of een medespeler aan de volgende beurt begint. Wordt hieraan
niet voldaan dan komt (komen) de extra worp(en) te vervallen.
Artikel 201. Strike.
1. Er is sprake van een strike,
wanneer een speler de volledige en correcte opstelling van 10 pins met een
eerste en tevens geldige worp heeft
omgegooid.
2. De met een strike behaalde score
is gelijk aan 10 plus het aantal pins, dat door de
speler met zijn
daaropvolgende twee worpen wordt omgegooid.
3. Een strike wordt genoteerd door
het symbool (X) te plaatsen in het linker scorevakje
van het
betreffende framevak.
4. De totaalstand in elke frame,
waarin een strike is gegooid moet worden opengelaten, totdat de speler zijn daaropvolgende
twee worpen heeft gedaan.
Artikel 202. Spare.
1. Er is sprake van een spare, wanneer een speler met zijn tweede en tevens geldige
worp in een frame alle pins omgooit, die na zijn
eerste worp zijn blijven staan.
2. De met een spare
behaalde score is gelijk aan 10 plus het aantal pins
dat door de speler met zijn eerste daaropvolgende worp wordt omgegooid.
3. Een spare
wordt genoteerd door het symbool (/) te plaatsen in het rechter
scorevakje van het
betreffende framevak.
4. Het aantal pins,
dat met de eerste worp in een frame omgegooid wordt, en wel voordat de speler
een
spare gooit, wordt genoteerd in het
linker scorevakje van het betreffende framevak.
5. De totaalstand in elke frame,
waarin een spare is gegooid, moet worden opengelaten,
totdat de speler zijn daaropvolgende worp heeft gedaan.
Artikel 203. Misser.
1. Er is sprake van een misser,
wanneer een speler er na de twee worpen in een frame niet in is geslaagd
alle 10 pins
om te gooien.
2. Het aantal pins,
dat met de eerste worp van een frame is omgegooid, wordt voordat de speler zijn
tweede worp van dat frame doet, genoteerd in het linker scorevakje van het
betreffende framevak. In geval van een misser wordt het aantal pins, dat met de tweede worp van dat frame is omgegooid
onmiddellijk daarna in het rechter scorevakje van het betreffende frame
genoteerd, terwijl de totaalstand tot en met dat frame eveneens onmiddellijk na
die tweede worp wordt ingevuld.
3. Indien in een worp geen enkele
pin wordt omgegooid, dan wordt zulks in het
betreffende framevak
genoteerd met het symbool (-).
Artikel 204. Split.
1. Onder een split verstaan we een
opstelling van pins, die zijn blijven staan na de
eerste en tevens geldige worp in een frame welke opstelling zodanig is dat de head-pin (pin nummer 1) is omgegooid en er:
a) tussen twee of meer resterende pins tenminste een pin is weggevallen, bijvoorbeeld: 7-9 of
3-10;
b) voor twee of meer resterende pins tenminste een pin is weggevallen, bijvoorbeeld: 5-6.
2. Een split wordt aangegeven door
een cirkel te plaatsen om het aantal pins, dat met de
eerste worp van
het betreffende frame is omgegooid, en
dat genoteerd is in het linker scorevakje van het betreffende
framevak.
3. Wanneer er in het frame sprake is
van een split, dan geschiedt de notering van het aantal omgegooide
pins en van de totaalstand geheel
volgens artikel 202, indien in dat frame een spare
wordt gegooid, of
volgens artikel 203, indien dat frame in
een misser resulteert.
Artikel 205. Het noteren van een
score.
1. Het noteren van een score, zoals
in de artikelen 201 t/m 204 aangeven, geschiedt op een score-sheet
(scoringsvel) op/of achter de
scoretafel, en voorts op duidelijk zichtbare wijze. Het noteren van de score
geschiedt met ingeschakelde telescore indien deze voorhanden is en naar behoren werkt.
2. Voor het noteren van een score
mag gebruik gemaakt worden van door de NBF goedgekeurde
automatische scoringsapparatuur.
3. Indien het bowlingcentrum is
voorzien van een automatische scoreverwerking, mogen door de spelers
handmatige correcties
op deze scores worden aangebracht met toestemming van de wedstrijdleider of
indien de tegenstander hiermee instemt bij niet aanwezig zijn van een
wedstrijdleider.
Artikel 206. Geldige worp.
Er is sprake van een geldige worp,
wanneer de speler de bal loslaat en de bal de foutlijn passeert, terwijl de bal
voorts volledig met handkracht moet zijn gegooid, zonder enig hulpmiddel, noch
in de bal, noch hieraan toegevoegd.
Artikel 207. Ongeldig verklaarde
worp (dead ball).
1. Een worp wordt ongeldig, in de
zin van niet gegooid verklaard, wanneer zich een of meer van de volgende omstandigheden
voordoen:
a) indien, onmiddellijk nadat een
speler een bal heeft gegooid en voordat het veeghek omlaag is, de
betreffende speler of een van zijn teamleden
wordt gewezen op het feit dat een of meer pins ten
onrechte in de opstelling van de pins hebben ontbroken;
b) wanneer pins,
waarop een speler zijn worp richt, op de een of andere wijze worden bewogen of
omgestoten, terwijl de speler met zijn worp
bezig is en voordat de bal de pins bereikt;
c) wanneer een speler op de verkeerde
baan of niet op zijn beurt gooit met behoud van het bepaalde in
artikel 221, respectievelijk 222;
d) wanneer een pinopzetter pins verwijdert of aanraakt, terwijl deze pins nog rollen of voordat de bal de
pins bereikt;
e) wanneer tijdens een worp blijkt
dat een of meerdere pins op de baan of in de goot
lagen ofwel tegen
een van de kickbacks aanleunden (deadwood).
moet deze beslissing echter wel
onmiddellijk na de betreffende worp nemen:
a) wanneer het lichaam van de speler
door een andere speler, door een toeschouwer of door een
bewegend voorwerp wordt aangeraakt, terwijl
hij met zijn worp bezig is en voordat de bal de pins
bereikt;
b) wanneer de bal van de speler met
enig vreemd obstakel in aanraking komt.
3. Een worp kan alleen dan ongeldig
worden verklaard indien de grond of de gronden daarvoor, zoals in lid 1 en 2
genoemd met zekerheid is of zijn waargenomen door tenminste
een ander niet belanghebbende
aanwezig persoon dan de betrokken speler
zelf. De beslissing van de wedstrijdleider is in deze
doorslaggevend.
4. Wanneer een worp overeenkomstig het bovenstaande ongeldig is verklaard, dient
allereerst de oorzaak
daarvan te worden verholpen. Vervolgens
dienen de pins, waarop de ongeldig verklaarde worp was
gericht en/of had moeten zijn gericht,
opnieuw te worden opgezet, waarna de speler verplicht is om zijn
worp opnieuw te doen.
Artikel 208. De opstelling van de pins.
1. De correcte en volledige
opstelling van 10 pins is aangegeven in Hoofdstuk
VIII van het NBF sportreglement.
2. Het is de verantwoordelijkheid
van iedere speler om voor het gooien van zijn bal vast te stellen of de
opstelling van de pins
correct en volledig is. Hij zal er op staan, dat niet correct opgestelde pins correct
worden opgezet, voordat hij zijn
worp doet anders geeft hij stilzwijgend toe dat de opstelling van de pins
naar genoegen is.
4. Wanneer een pin, die na de eerste
worp in een frame is blijven staan, zich niet meer op de
oorspronkelijke plaats in de pinopstelling bevindt,
kan in de plaatsing van die pin ten behoeve van de
tweede worp van dat frame geen wijziging
worden aangebracht, tenzij de pinopzetter die pin ten onrechte
heeft verplaatst of niet heeft teruggezet
op de plaats, waar deze na de eerste worp is blijven staan.
Artikel 209. Het vervangen van
beschadigde pins.
1. Wanneer tijdens een game een pin
zwaar beschadigd raakt, moet deze onmiddellijk worden vervangen
door een andere pin, die zo dicht
mogelijk het gewicht en conditie benadert van de overige pins
in de set
die in gebruik is. De beslissing
hierover ligt bij de wedstrijdleiding.
2. Een zwaar beschadigde pin brengt
geen verandering in de tot dan toe behaalde score van een speler. Het aantal
omgegooide pins wordt geteld, waarna de zwaar
beschadigde pin wordt vervangen.
Artikel 210. Geldige pinfall.
1. Geldige pinfall
bestaat alleen uit die pins, die werkelijk zijn
omgegooid of die tengevolge van een geldige worp geheel van het baanoppervlak
zijn verwijderd.
a) wanneer een of meer pins door een of meer andere pins
worden omgegooid, welke laatste
terugkaatsen vanaf een der kickbacks
(tussenschotten) of vanaf de rearcushion (achter
bufferwand) of
vanaf het neergelaten veeghek, zolang dit
nog niet in een vegende beweging is;
b) wanneer een of meer pins met een geldige worp zijn omgegooid en op de baan of
in de goot blijven
liggen ofwel tegen een van de kickbacks
aan blijft leunen. De hier bedoelde pins noemen we
dood
hout (dead wood). Deze pins moeten worden
verwijderd, voordat de volgende worp wordt gedaan;
c) indien tijdens een worp
onmiddellijk na het gooien van de bal wordt ontdekt, dat een of meer pins niet
op de juiste plaats staan doch niet
ontbreken, dan is de betreffende worp niettemin geldig en wordt de
daarmee behaalde pinfall
geteld zulks overeenkomstig artikel 208.
Artikel 211. Ongeldige pinfall.
omgegooide pins die
niet mogen worden geteld:
a) wanneer een of meer pins worden omgegooid of van hun plaats worden gezet door
een bal, die voor
het bereiken van die pin of pins de baan heeft verlaten;
b) wanneer een of meer pins worden omgegooid door een bal die terugkaatst van de rearcushion;
c) wanneer een of meer pins worden omgegooid door een of meer andere pins die in aanraking zijn
gekomen met het lichaam van een pinopzetter
en zijn teruggekaatst;
d) wanneer een nog overeind staande
pin omvalt doordat deze wordt aangeraakt door de mechanische
pinopzetter, of doordat deze worden aangeraakt
door het veeghek en/of door weggeveegde
omgevallen pins, dan
mag de aldus omgevallen pin niet worden geteld en moet deze zonodig voor de
tweede worp van het betreffende frame weer
worden opgezet, en wel op de oorspronkelijke plaats in
de pinopstelling (voor de eerste worp
van dat frame).
e) Een pin, die van de baan af is
gegooid en door terugkaatsing weer op de baan is komen te staan, moet
als een niet omgegooide pin worden
beschouwd;
f) wanneer bij een worp de foutlijn
wordt overschreden, mogen de met die worp omgegooide pins
niet
worden geteld.
2. Indien de in lid a, b en f
beschreven ongeldige pinfall zich voordoet bij de
eerste worp, moet voor de
tweede worp de volledige pinopstelling
aanwezig zijn.
Artikel 212. Overschrijding van de
foutlijn.
1. Er is sprake van een
foutlijnoverschrijding, indien een speler zolang de bal in het spel is met enig
deel van zijn lichaam en/of met wat zich daarop bevindt de foutlijn aanraakt
en/of enig ander onderdeel van de
banen, de bowlingaccommodatie of het
gebouw aanraakt, dat op de foutlijn ligt of voorbij de foutlijn aan
de kant van de pins.
2. Een bal is in het spel zodra de
bal geworpen is en totdat dezelfde of een volgende speler op de approach stapt voor zijn volgende worp. Wanneer, zolang de
bal in het spel is, de foutlijn wordt overschreden, wordt de worp als geldig
aangemerkt maar is de daarmee behaalde pinfall
ongeldig en dus gelijk aan nul.
a) wanneer bij de eerste worp van een
frame de foutlijn wordt overschreden dienen alle daarmee
omgegooide pins weer
te worden opgezet, en mogen alleen de met de tweede geldige worp van dat
frame omgegooide pins
worden geteld;
b) wanneer met de in sub a bedoelde
tweede worp alle 10 pins worden omgegooid, moet zulks
als een
spare worden genoteerd;
c) wanneer met de in sub a bedoelde
tweede worp minder dan 10 pins worden omgegooid,
wordt het
aantal omgegooide pins
genoteerd in het rechter scorevakje van het betreffende framevak;
d) wanneer bij de tweede worp van een
frame de foutlijn wordt overschreden wordt alleen de met de
eerste worp van dat frame behaalde pinfall genoteerd en geteld, vooropgesteld dat bij deze
worp geen
foutlijnoverschrijding plaats had;
e) wanneer bij de eerste worp van het
10e frame de foutlijn wordt overschreden en met de in sub a
bedoelde tweede worp alle 10 pins worden omgegooid, doet de betreffende speler een extra
worp en
behaalt hij de score voor een spare plus het aantal pins dat
hij met zijn extra worp heeft omgegooid;
f) wanneer de foutlijn wordt
overschreden bij de eventuele derde worp van het 10e frame, dan tellen
alleen de pins,
die met de eerste twee worpen van dat frame zijn omgegooid.
4. Een foutlijnoverschrijding wordt
genoteerd door het symbool (F) te plaatsen in het betreffende scorevakje
van het betreffende framevak.
6. Wanneer een speler de foutlijn
overschrijdt zonder een worp te verrichten, zijn daar geen gevolgen aan
verbonden en mag hij zijn beurt opnieuw
beginnen.
Artikel 213. Het vaststellen van een
foutlijnoverschrijding.
1. Voor het vaststellen van
foutlijnoverschrijdingen wordt bij elke wedstrijd gebruik gemaakt van door de
NBF goedgekeurde automatische detectors.
2. Wanneer de in het vorige lid
bedoelde apparatuur niet aanwezig en/of niet in werking is of wegens
ondeugdelijkheid door de wedstrijdleider buiten
werking moet worden gesteld, dienen een of meer
foutlijnrechters te worden aangewezen, die een
zodanige plaats moeten innemen dat hun zicht op de
foutlijn niet wordt belemmerd.
3. Voor het geval
geen foutlijnrechters zijn aangewezen: dienen in een league de teamcaptains van
de tegen of naast elkaar bowlende teams de taak van foutlijnrechter op zich te
nemen, of moeten deze teamcaptains gezamenlijk iemand aanwijzen, die als foutlijnrechter
zal fungeren;
4. Het vaststellen van de
foutlijnoverschrijding moet duidelijk waarneembaar geschieden, tijdens de
periode dat de bal overeenkomstig Artikel 212, lid
5. Wanneer een speler de foutlijn
overschrijdt, en dit is duidelijk waargenomen door beide teamcaptains of
door een of meer leden van de teams, of
individuele spelers die in een wedstrijd op het zelfde banenpaar
tegen elkaar spelen, als waarop de
foutlijnoverschrijding wordt begaan, of dit is duidelijk waargenomen
door de scorekeeper of door een
wedstrijdofficial, terwijl de automatische detector of de in lid 2 bedoelde
foutlijnrechter zulks niet heeft aangegeven, dan
moet desalniettemin foutlijnoverschrijding worden
vastgesteld en genoteerd.
6. Wanneer een automatische detector
of een in lid 2 bedoelde foutlijnrechter foutlijnoverschrijding heeft
aangegeven dan is daartegen geen protest
mogelijk, tenzij het aantoonbaar is dat de automatische
detector niet correct werkt of wanneer het
duidelijk is dat de speler in kwestie de foutlijn niet heeft
overschreden.
Scorevoorbeeld
|
1 |
2 |
3 |
4 |
5 |
6 |
7 |
8 |
9 |
10 |
|
7 2 |
8 - |
9 / |
o / |
F 7 |
7 / |
x |
8 1 |
x |
x x 9 |
|
9 |
17 |
33 |
43 |
50 |
70 |
89 |
98 |
128 |
157 |
Paragraaf 2. Score bepalingen.
Artikel 214. Scratch.
Wanneer de aan een game toegekende
score gelijk is aan de totale in die game behaalde geldige pinfall,
welke geheel is berekend volgens de in
artikel 201 t/m 205 aangegeven regels, en wanneer geen extra, niet in die game
gegooide pinfall noch anderszins extra punten zijn
toegevoegd, wordt dit gameresultaat als scratch betiteld.
Artikel 215. Handicap.
1. Onder handicap worden de extra
punten verstaan, die op grond van een vastgesteld gemiddelde van de speler in
kwestie worden berekend, en die worden toegevoegd aan de door die speler in een
game
behaalde scratch-score,
teneinde aldus het gameresultaat te bepalen. De berekening van het aantal hier
bedoelde punten geschiedt aan de hand van
een daarvoor opgestelde handicapformule.
Het karakter van deze formule is als
volgt:
De per game aan een speler toe te
kennen handicap is gelijk aan een bepaald percentage van het
verschil tussen een bepaald richtgetal en
het vastgestelde gemiddelde van die speler. Als
handicappercentage wordt in de regel 80 % aangehouden. Als richtgetal in de
handicapformule dient het hoogste gemiddelde
(scratch) te worden aangehouden, dat in de betreffende
wedstrijd t.a.v. enige deelnemer is
vastgesteld. Dit richtgetal wordt in de regel naar boven afgerond tot
een veelvoud van tien is verkregen. Als
handicaprichtgetallen zijn gebruikelijk: 200 of 210.
De berekende handicap dient op een
heel getal uit te komen; eventuele cijfers achter de komma komen
te vervallen en worden dus niet naar
boven afgerond.
· Voorbeeld:
De gekozen handicapformule luidt: 80
% van 200 scratch. Aan speler A, wiens gemiddelde 110
bedraagt, wordt per game een handicap
toegekend, die gelijk is aan: 80 % van (200-110) = 80 % van
90 = 72. Speler B heeft een
gemiddelde van 189,3. Hij krijgt per game een handicap van 80 % van
(200-189) = 80 % van 11 = 8,8 = 8.
Voor de berekening van de handicap wordt altijd uitgegaan van
een heel getal. Alle eventuele cijfers
achter de komma vervallen.
2. Het is toegestaan een grens te
stellen aan de hoogte van de per game toe te kennen handicap, ook al zou de
gekozen handicapformule tot een hogere handicap leiden.
Artikel 216. Wedstrijdpunten.
1. Wanneer een speler of een team
een of meer games speelt tegen een directe tegenstander, dan dient ditop een banenpaar te geschieden en kan het resultaat van
elke game: in zijn geheel worden uitgedrukt in een bepaald aantal
wedstrijdpunten, dat verschillend is naarmate die game op basis van de scratchscore
of de scratch + handicap score werd gewonnen,
gelijkgespeeld
of verloren; het meest gebruikelijk is
om daarbij de wedstrijdpunten als volgt toe te kennen:
gewonnen game: 2 punten of gewonnen game: 1
punt
gelijkgespeelde game: 1 punt of gelijkgespeelde
game: ½ punt
verloren game: 0 punten
Paragraaf 3. Speelwijze en baanindeling.
Artikel 219. Speelwijze.
1. Voor het spelen van
bowlingwedstrijden mag gebruik gemaakt worden van de volgende speelwijzen:
a) de speelwijze, waarbij een game in
zijn geheel op één en dezelfde baan van een banenpaar wordt
gespeeld, wordt aangeduid als de Europese
Speelwijze of als Europees systeem.
b) de speelwijze, waarbij een game in
zijn geheel op een en hetzelfde banenpaar wordt gespeeld en
waarbij na iedere frame van die game door
de speler(s) van baan wordt gewisseld, wordt aangeduid
als de Amerikaanse speelwijze of
Amerikaans systeem. In geval van de Amerikaanse speelwijze dient
het 10e frame van een game in zijn
geheel, dat wil zeggen inclusief de eventuele extra worp(en), op
een en dezelfde baan te worden
voltooid.
Artikel 221. Het bowlen op de
verkeerde baan.
1. Wanneer door slechts één speler
of wanneer door de eerste spelers van beide teams die op het zelfde
banenpaar bowlen op de verkeerde baan wordt
gebowld, en wanneer deze fout ontdekt wordt, voordat
een andere speler op de betreffende
baan of banen heeft gebowld, worden de worpen in kwestie ongeldig
verklaard en is (zijn) de betreffende
speler(s) verplicht op de juiste baan (banen) opnieuw te bowlen.
2. Wanneer de fout niet tijdig wordt
ontdekt, blijft (blijven) de tot dan toe behaalde score(s) onveranderd
staan, en wordt (worden):
a) de game in geval van Amerikaanse
speelwijze ongewijzigd uitgespeeld, terwijl de volgende game op
de daarvoor geplande baan wordt
gestart;
b) de game ingeval van Europese
speelwijze onmiddellijk na het ontdekken van de fout op de geplande
baan verder gespeeld.
3. Wanneer een speler tijdens een
game op een verkeerde baan gooit nadat hij oorspronkelijk op de
geplande baan gestart is, wordt zijn worp
ongeldig verklaard en mag hij zijn worp herhalen op de geplande baan..
Artikel 222. Het spelen in volgorde.
1. Wanneer twee of meer spelers
tegelijkertijd op dezelfde baan of hetzelfde banenpaar bowlen, dan spelen zij
frame voor frame na elkaar en doet iedere speler op zijn beurt het aantal
worpen, waarop hij in zijn frame recht heeft. De spelers bowlen daarbij steeds
in de volgorde, zoals op het scoresheet voor de game is
aangegeven.
2. Laat de betreffende speler toch
de op hem volgende speler voorgaan dan komt het betreffende frame te vervallen.
3. Wanneer een speler voor zijn
beurt gooit, zonder dat er sprake is van voor laten gaan dan wordt de worp, van
de speler die voor zijn beurt gooit, ongeldig verklaard. Zie artikel 207.De
eventuele extra worp(en) in het 10e frame dient (dienen) in dit geval
onmiddellijk te worden benut, en wel voordat de volgende speler aan zijn frame
begint. Laat de betreffende speler toch de op hem volgende speler voorgaan, dan
komt (komen) zijn extra worp(en) te vervallen.
Artikel 223. Een onderbroken
game.
Bij een machinestoring of een ander
voorval met betrekking tot de betreffende baan of banen kan de
wedstrijdleider besluiten
een game of serie op een andere baan respectievelijk op een ander banenpaar te doen
spelen of voltooien dan oorspronkelijk was gepland. Een reeds
begonnen game of serie wordt hervat, ook wanneer zulks op een andere datum
geschiedt, op het punt waar deze was onderbroken.
Artikel 224. Voorrang bij het
bowlen.
1. Wanneer een speler op het punt
staat om op de approach te stappen ten einde aan zijn
worp te beginnen:
a) heeft hij voorrang op iedere
andere speler van de baan direct links van hem, die tegelijkertijd op de
approach wil stappen om aan zijn worp te
beginnen;
b) moet hij voorrang geven aan iedere
andere speler van de baan direct rechts van hem, die tegelijkertijd
op de approach
wil stappen om aan zijn worp te beginnen.
2. Een speler is verplicht voorrang
te verlenen aan elke speler op de direct aangrenzende linker- en/of
rechterbaan, die reeds aan zijn worp begonnen
is of die al eerder op de approach klaarstond om aan
zijn
worp te beginnen. De eerstbedoelde
speler moet in dit geval voor de approach wachten tot
de speler
rechts of links van hem zijn worp heeft
voltooid.
3. Een speler is verplicht na elke
worp de approach zo spoedig mogelijk te verlaten en
deze vrij te maken
voor andere spelers.
Artikel 225. Vertraging, langzaam
bowlen.(*)
1. Er mag geen ongegronde vertraging
ontstaan bij het begin noch in de voortgang van enige game of serie.
2. Een speler moet op de approach klaar staan om te gaan bowlen en mag niet wachten
met zijn aanloop of worp, wanneer de baan direct rechts van hem en de baan
direct links van hem vrij zijn. Wanneer een
speler zich niet houdt aan het zojuist gestelde,
en mede gelet op artikel 224, lid 1, maakt hij zich schuldig
aan langzaam bowlen. Onder vrij wordt
in deze verstaan, dat niemand op bedoelde baan of approach
zichtbaar aanwezig is.
In dit geval is lid 2 van dit
artikel pas van toepassing, als alle spelers van een team klaar zijn met een
frame.
Artikel 226. Te laat aanwezig.(*).
Een speler of team die/dat te laat speelgereed op de baan staat, begint de desbetreffende
wedstrijd bij het
frame van de game, dat volgt op het
laatste frame, dat door de directe tegenstander of team in zijn geheel is voltooid.
De frames, games en/of wedstrijden, die door de verlate speler of door het
verlate team niet zijn gespeeld, kunnen niet worden ingehaald en krijgen een
score van nul.
Artikel 227. Stoppen tijdens
wedstrijd.(*).
1. Wanneer een speler een game niet
kan uitspelen, omdat deze daartoe niet in staat is vanwege een
blessure of een niet voorziene noodtoestand,
en voor deze speler is bij een team wedstrijd geen
speelgerechtigde vervanger voorhanden, dan telt voor
die game de score over de reeds gespeelde
frames plus 9 pins
voor elke nog niet gespeelde frame. Dit geldt niet voor opvolgende games. Deze
speler
is gerechtigd in een volgende game
weer te starten. Indien hij later weer geblesseerd uitvalt wordt voor
hem een 0 score genoteerd in de
betreffende frames.
2. Indien wel een vervanger aanwezig
is, wordt de individuele score over de game in kwestie toegekend aan de speler,
die met de game is begonnen, doch komt niet in aanmerking voor erkenning als
bijzonder
sportresultaat.
3. Een vervangen speler is tijdens
die wedstrijd niet meer speelgerechtigd.
4. Wanneer een speler een game
geheel uit vrije wil niet uitspeelt, dan telt voor die game alleen de score
over de reeds gespeelde frames en games.
5. Indien een
speler uit vrije wil een game niet aanvangt of niet uitspeelt, is deze speler
tijdens die wedstrijd niet meer speelgerechtigd.
Artikel 228. Ingooien (*).
1. Voor aanvang van een wedstrijd
heeft elke speler recht op twee ingooiframes.
2. Verdere proefballen op de wedstrijdbanen
zijn alleen toegestaan voor de aanvang van de eerste game
van de wedstrijd, echter alleen voor
eigen rekening en/of indien het bowlingcentrum daarvoor de
gelegenheid geeft.
Paragraaf 5. Bowlinguitrusting en vervuiling en
beschadigingen banen.
Artikel 232. De (eigen) bowlingbal.
1. Behoudens de uitzonderingen die
nadrukkelijk in dit reglement zijn vermeld is het ten strengste verboden om:
a) aan, in of op een bowlingbal
metaal of ander materiaal aan te brengen, dat niet vergelijkbaar is met het
oorspronkelijk materiaal waarvan die bal is
gemaakt;
b) een bowlingbal -hoe dan ook-
zodanig te veranderen, dat het gewicht of de onbalans groter wordt dan
krachtens dit reglement is toegestaan;
c) de hardheid van de oppervlakte van
een bowlingbal te veranderen door chemicaliën, oplosmiddelen of
andere middelen te gebruiken
2. Het bepaalde in het voorgaande is
zowel van toepassing bij het vervaardigen van de bal als bij het op
enigerlei wijze veranderen van een bal.
3. Het veranderen van het oppervlak
van een bowlingbal door het gebruik van schuurmiddelen of enige
vloeistof tijdens het bowlen in een erkende
wedstrijd is verboden. Alleen het gebruik van een erkende
balreinigende machine of een polijstmachine is
tijdens een erkende wedstrijd toegestaan.
Artikel 234. Vervuiling en
beschadiging van approaches en banen.
1. Niemand mag tekens of sporen
aanbrengen op enig deel van de approach of van de
baan, noch daarop enige substantie brengen of gebruiken, waardoor beschadiging
of misvorming zou kunnen optreden of waardoor die approach
of baan in een zodanige conditie zou kunnen worden gebracht, dat dit aan andere
spelers de mogelijkheid ontneemt om van normale baan- en approach-condities
gebruik te maken.
2. Het gebruik van substanties als aristol, talkpoeder, puimsteen, hars en andere middelen op
schoenen of approaches en het gebruik van zachte
rubberzolen en hakken, die afgeven en op welke manier dan ook de normale
conditie van de approach beïnvloeden, is strikt
verboden.
3. Het is niet toegestaan in de spelersruimte
losse poeders te hebben en/of te gebruiken.
Paragraaf 7. Overtredingen en wangedrag.
Artikel 238. Valse naam, geschorste
speler.
1. Niemand mag onder een valse naam
noch onder de naam van een ander persoon, die voor een wedstrijd staat ingeschreven,
bowlen.
2. Wanneer een speler door de NBF is
geschorst, geroyeerd of wanneer hem het lidmaatschap
van de NBF is ontzegd, is hij niet gerechtigd mee te spelen in een wedstrijd,
en mag hij daarmee ook in
organisatorisch vlak en/of op enig andere wijze,
geen enkele bemoeienis hebben. Deze bepaling is
overeenkomstig van kracht voor een lid van een
buitenlandse bowlingorganisatie.
3. Overtreding van lid 1 of lid 2
van dit artikel wordt gestraft met het vervallen verklaren van alle games,
waarin betrokken speler in de betreffende
wedstrijd was ingezet, terwijl aangaande hem en voorts allen
die terzake
van de overtreding een strafbare handeling hebben begaan, te allen tijde een
aangifte wordt
gedaan bij de tuchtcommissie.
Artikel 239. Oneerlijke praktijken.
1. Het is niet toegestaan te
trachten op oneerlijke wijze voordeel te behalen:
a) door direct of indirect op
zodanige wijze met banen, pins en/of ballen te
knoeien, dat deze niet meer
voldoen aan de eisen van dit reglement;
b) door een verkeerd gemiddelde op te
geven of te tonen, (ook al zou het bewijsstuk daarvan door een
ander zijn opgegeven) teneinde daardoor
hetzij een grotere handicap te krijgen hetzij in een lagere
klasse te worden ingedeeld in een
wedstrijd;
c) door bewust beneden het eigen
kunnen te spelen, zodat met het op grond daarvan vastgestelde
gemiddelde op oneerlijke wijze voordeel wordt
verkregen in wedstrijden.
2. Het is niet toegestaan oneerlijke
of schandelijke praktijken m.b.t. het bowlen uit te oefenen waardoor de
bowlingsport en/of de NBF geschaad dan wel aan
oneerlijke kritiek blootgesteld kan worden.
3. Het is niet toegestaan het
vereiste inschrijfgeld voor een wedstrijd niet of onvolledig te betalen.
4. Alle vormen van wangedrag, in
woord of daad, ten opzichte van zowel funktionarissen,
spelers en het
materiaal van het bowlingcentrum zijn niet
toegestaan.
5. Overtreding van lid 1a wordt
bestraft met het uit de wedstrijd nemen van de speler. Bij overtreding van lid 2
en lid 4 wordt aan de speler een sanktie opgelegd; de
zwaarte van de sanktie is afhankelijk van de
zwaarte van de overtreding, dit ter
beoordeling van de wedstrijdleider. Voor de mogelijke sankties
zie
artikel 241.
6. Indien een speler herhaaldelijk
overtredingen tegen bepalingen van dit reglement blijft maken kan een
wedstrijdleider overgaan tot uitsluiting, indien de
overtreding(en) elke vorm van sportiviteit redelijkheid en
billijkheid te buiten gaan..
Gemiddelde en bowlingpas.
Artikel 307. Gemiddelde op de
bowlingpas.
1. Jaarlijks wordt aan het einde van
het seizoen het officiële gemiddelde van elk individueel lid berekend.
2. Het officiële gemiddelde is
gebaseerd op tenminste 36 games.
3. Het officiële gemiddelde over het
afgelopen seizoen wordt berekend op grond van de geldige
scratchscores van 1 september tot en met 30 juni
van het hier in lid 1 bedoelde speelseizoen, indien en
zover de scores tijdig en op de
voorgeschreven wijze bij de NBF zijn aangemeld. De geldige
scratchscores uit de maanden juli en augustus
tellen mee bij de berekening van het officiële gemiddelde
aan het eind van het volgende seizoen.
Scores behaald in de huisleague tellen slechts voor 25% mee.Het
op bovenstaande wijze berekende
gemiddelde is het gemiddelde over het afgelopen seizoen.
4. Het officiële gemiddelde wordt
afgedrukt op de bowlingpas die aan het begin van het nieuwe speelseizoen wordt
verstrekt en is gedurende dat gehele seizoen geldig. Het bondsbestuur zal
jaarlijks aangeven wanneer de nieuwe bowlingpas moet worden gehanteerd en vanaf
welke datum de oude passen ongeldig worden.
5. Wanneer een individueel lid, na
aanvankelijke afmelding, in de loop van het nieuwe seizoen weer opnieuw lid
wenst te worden, dan krijgt hij het laatste bekende gemiddelde over het (de) voorafgaande seizoen(en).
6. Het officiële gemiddelde van een
speler, dat afgedrukt wordt op de bowlingpas, kan nooit meer dan 5 pins dalen ten opzichte van het voorafgaande seizoen.
Uitzonderingen, ter beoordeling van het bondsbestuur, kunnen gemaakt worden
voor spelers, die door een aantoonbare veranderde fysieke gesteldheid op een aanzienlijk
lager gemiddelde uitkomen. Voorwaarde hierbij is, dat deze veranderde fysieke
gesteldheid van langere duur (meerdere jaren) is.
Artikel 309. Indeling op gemiddelde
en klasse. (*)
1. Op basis van het officiële
gemiddelde, zie artikel 307, worden spelers ingedeeld in klassen:
De klasse-indeling
voor heren is:
- A
klasse: 190 en hoger
- B
klasse: 175 t/m 189,99
- C
klasse: 160 t/m 174,99
- D klasse: t/m 159,99
De klasse-indeling
voor dames is:
- A
Klasse: 180 en hoger
- B
Klasse: 165 t/m 179,99
- C
Klasse: 150 t/m 164,99
- D Klasse: t/m 149,99
Artikel 313. Soorten bijzondere
sportresultaten.
1. Voor erkenning als bijzonder
sportresultaat komen in aanmerking de hierna volgende scores of hoger,
zoals behaald door een individuele speler
en/of door een team, in een game en/of in een serie van drie
opeenvolgende games:
game serie
individuele speler 296 780
(gemiddeld 260)
double 520
(gemiddeld 260) 1440 (gemiddeld 240)
trio 750
(gemiddeld 250) 2070 (gemiddeld 230)
four-men team 960 (gemiddeld 240) 2640 (gemiddeld 220)
five-men team 1150 (gemiddeld 230) 3150 (gemiddeld 210)
2. Om voor de erkenning van een hoge
seriescore in aanmerking te komen dient:
a) de betreffende serie te bestaan
uit drie opeenvolgende games, zijnde uit een reeks opeenvolgende
games.
b) de betreffende serie op dezelfde
datum te zijn gespeeld en voor het overige te voldoen aan het
gestelde in artikel 103.
Het volledige NBF Sportreglement, zeker van belang voor diegenen, die Nationale Leagues en of nationale toernooien spelen, kunt u vinden op NBF website www.bowlingnbf.nl onder à organisatie à statuten en reglementen à sportreglement